dinsdag 29 mei 2012

conditionering




Conditionering, zo'n belangrijk aspect in het totale leven. Iedereen is weer in/tot iets anders geconditioneerd vastgezet, gevormd. Dat wat vastgezet gevormd is wil niet zo makkelijk weer loslaten, oplossen, zich weer omzetten, veranderen, tot iets anders komen, verruimen, verdiepen. Dat is t ego, conditionering, houden wat is, vasthouden aan wat is, hetzelfde blijven, het houden bij wat veilig is wat gekend wordt. De rest is onzeker en houdt t ego t liefste van zich af, houden we ver van ons vandaan.
Wil dit veranderen, is voorwaarde, stilstaan bij onszelf, aandacht, aanwezig zijn. Durven doorlicht te worden. Durven te zien waardoor we geconditioneerd zijn. Durven ons ego in het Licht te zetten, te doorlichten, het te laten belichten. Durven ons te laten inlichten wat t Licht hierin zegt, het Geweten, het Weten in het hart.
Voorwaarde daarvoor is openheid, een open hart. Dat het leven echt binnen mag komen, mag raken, wat dan ook geraakt kan worden.

Dat is het Andere, wat ons omvat, wat ons draagt, wat Weet, ons diepste Wezen en Zijn. Dat kan ons bevrijden, helen, wat er altijd was is en er altijd zal Zijn voor ons. Dat ons de weg naar Huis kan tonen.
Dat is de Liefde die niet van deze wereld is maar van een andere wereld. Die deze wereld omvat/bevat/vervuld. Waarin we waarlijk vervulling zullen vinden en alles uiteindelijk weer vervuld zal Zijn.
In de overgave hieraan, waaraan meestal heel veel vooraf gaat, kunnen meer en meer alle conditioneringen verdwijnen. Mag alles steeds rustiger stiller en vrijer worden. Meer en meer grond vindend in dat Andere je daarin gronden in de Liefde in je Essentie.

Kagib

zaterdag 26 mei 2012

wachten op een wonder uit roman de Golem

Het wachten op een wonder. Kent u dat niet? Nee? Maar dan bent u een heel, heel arm mens. Wat kennen toch maar weinigen dit? Ziet u, dat is ook de reden, waarom ik nooit uitga en met niemand omga. Ik had vroeger wel een paar vriendinnen, maar wij praatten altijd langs elkaar heen: zij begrepen mij niet en ik hen niet. Toen ik hen duidelijk wilde maken, dat het belangrijke - het essentiele - in de bijbel en in andere geschriften voor mij het wonder, alleen maar het wonder was, en niet de regels voor de moraal en de ethiek, die slechts verborgen wegen kunnen zijn om tot het wonder te geraken - dan konden ze er alleen maar gemeenplaatsen tegenin brengen.

De wereld bestaat om door ons stukgedacht te worden, hoorde ik mijn vader eens zeggen - pas dan begint het leven. - Ik weet niet wat hij met 'het leven' bedoelde, maar ik voel soms dat ik op een dag als het ware zal 'ontwaken'. Al kan ik me ook niet voorstellen in welke toestand. En wonderen moeten daaraan voorafgaan, stel ik me altijd voor. Ik hoorde hoe haar stem bijna verstikt werd door tranen van vreugde. Maar u zult me begrijpen: vaak weken, zelfs maanden lang hebben wij alleen van wonderen geleefd. Als er helemaal geen brood meer in huis was, maar dan ook geen kruimel meer, dan wist ik: nu is het uur aangebroken! En dan zat ik hier en wachtte en wachtte, tot het kloppen van mijn hart mij bijna belette adem te halen. En - en dan, op het moment dat ik mij daartoe geroepen voelde, liep ik naar beneden en in het wilde weg door de straten, zo vlug ik kon om op tijd weer terug te zijn, voor mijn vader thuiskwam. En - en telkens vond ik geld. De ene keer meer, de andere keer minder, maar steeds zoveel dat ik het nodige kon kopen. Vaak lag een gulden midden op straat; ik zag hem van verre blinken, en de mensen trapten erop, gleden erover uit, maar niemand zag hem liggen. Dat maakte me soms zo overmoedig, dat ik niet eens hier naar buiten ging, maar hiernaast in de keuken de vloer afzocht als een kind, of er niet geld of brood uit de hemel was gevallen.


Gustav Meyrink

vrijdag 25 mei 2012

de Heilige Geest



Wie of wat is dat toch de Geest de Heilige Geest. Die innerlijke begeleiding, dat Geweten dat spreekt. We praten er zo makkelijk over, maar wat is Het nou?
Hoe ik t dan beleef is Het toch vooral echt een Bewuste entiteit. Wat we werkelijk Zijn, altijd Zijn, er altijd voor ons is, en dat alles overziet wat is. Ieder heeft daarin weer een unieke begeleiding, omdat we in Essentie ook uniek Zijn en blijven.
Ben r gewoon eventjes over aan t borrelen.

Er is dus ons Essentiele Zijn, Bewustzijn, dat er altijd voor ons is, het beste met ons wil. Het geeft ons heel veel ruimte in onze ont-dekkingen, omdat het er om gaat, dat we het zelf ont-dekken, dan is t weer een. Niet als er aannames zijn, jasjes aangetrokken worden.
Is onze Essentie een engel? Iedereen heeft een beschermengel wordt er gezegd. Is er daarin misschien overleg tussen andere beschermengelen om iets te laten gebeuren, ingevingen die gedaan worden, dat ze met elkaar in contact staan? Dat zo de toevallen komen, de synchroniciteit, of is dit alleen abstracte energie van aantrekken en afstoten.
Waarom lijkt daarin toch vaak dat voor alles een juiste tijd is? Hoe wordt die samenloop van omstandigheden veroorzaakt?

Dan zijn er ook nog twee plannen, het hogere zelf plan en werkelijk het Plan van je Essentie. Twee bewustzijnen die je uiteindelijk ook zelf bent, met ieder een verschillend plan. Niet makkelijk daarin onderscheid te vinden. Twee grote Krachten die alles overzien, eventueel in kunnen grijpen en jou van binnenuit beïnvloeden, je persoonlijkheid, je ego.
Zoveel mooie dingen komen tot stand in de wereld door beïnvloeding van het hogere zelf. Maar bijna nooit is hier sprake van innerlijke bevrijding, bewustwording. Het echt vrijmaken van je Essentie, het werkelijk tot de Kern gaan van je wezen.
Waarin kun je het onderscheid vinden welke kracht in je spreekt. Is het de heilige, heiligende heelmakende Geest of is t toch die andere geest, die vaak heel veel in de wereld wil betekenen, niet wil verstillen, niet leeg wil worden, niet wil verdwijnen.


Vanuit die innerlijke leiding kunnen grootse projecten tot stand komen. Maar vaak begint t pas als die persoon niet meer kan doen, de confrontatie met wie ze werkelijk zijn, en de grond van hun handelingen. Dan komt er ineens een boel emotie vrij, verzet, boosheid, onmacht. Pas dan kan er ontvankelijkheid komen, werkelijk ontvankelijkheid komen voor de Heilige Geest, de Heiligende Geest, voor wie t niet zozeer te doen is om heel veel op aarde te bewerkstelligen maar uiteindelijk om zelf op aarde te komen, dwars door alles heen. Van daaruit kan in een waar vrij handelen nog heel veel moois tot stand komen op aarde.
Maar de Heilige Geest, de Heiligende Geest is een heel stille Kracht, geen dwingende kracht, daaraan kun je het al her-kennen. Die Kracht gaat t erom dat je weer heel wordt, zodat je waarlijk alles heel kunt maken om je heen.
De Heilige Geest heeft t motto verzonnen, verbeter de wereld begin bij jezelf. Vrede begint binnenin etc. Pas als jij werkelijk vrij bent van het verleden, kun je de wereld bevrijden. Dit wil niet zeggen dat je dan niet gedurende dit pad, al heb je het nog niet bereikt van grote betekenis mag zijn voor je medemens. In dat wat je bent, in wat je uitstraalt, hoe je met dingen omgaat. Want uiteindelijk zijn we altijd spiegels voor anderen. Maar t gaat er wel om, dan Verbinding te houden met die stille Kracht. Dat het Geweten kan spreken, het Licht mag schijnen op al jouw innerlijke duisternis. Dat alles in het Licht mag komen. Dat alles uiteindelijk in het Licht mag oplossen.

Die andere grote kracht wil dat dus niet. Die wil je daar vanaf houden, die wil vooral dat je de wereld red en niet jezelf.
Zo belangrijk daarin onderscheiding te vinden.
Je zou kunnen zeggen, het hogere zelf is met alles te vroeg. Het zet aan tot helpen, tot dingen doen, terwijl jij, terwijl de tijd nog helemaal niet rijp is. Onder leiding van het hogere zelf, blijf je heel erg vol van jezelf, en kunt niet of nauwelijks de stem van de Heilige van de heiligende heelmakende Geest horen.
Het is zo groots het Plan hier op aarde, wat in potentie mogelijk is. Maar zo zoveel gaat er vooraf eer dat we werkelijk aan de hand gaan ons over gegeven hebben aan die allergrootste Kracht die waarlijk Liefde genoemd mag worden. Wat we uiteindelijk in Essentie zijn, Liefde.


Kagib

donderdag 24 mei 2012

helpen uit roman de Golem

Ik weet het van de student Charousek. Ik sprak hem op de straat aan, omdat hij me merkwaardig veranderd voorkwam. Hij heeft me in de volheid van zijn hart alles verteld. Ook dat u hem geld hebt gegeven. Hij zag me doordringend aan en legde op elk van zijn woorden heel vreemd de nadruk, maar ik begreep niet wat hij daarmee bedoelde. Zeker er zijn daardoor een paar druppels geluk meer uit de hemel neergeregend en - en in dit geval heeft het misschien ook geen kwaad gedaan, maar vaak berokkent men zichzelf en anderen hierdoor alleen maar verdriet. Helpen is niet zo gemakkelijk als u denkt, mijn beste vriend! Dan zou het zeer, zeer eenvoudig zijn de wereld te verlossen.

Gustav Meyrink

woensdag 23 mei 2012

vragen uit roman de Golem

Iedere vraag die een mens kan stellen, is op hetzelfde moment beantwoord, waarop hij haar in de geest gesteld heeft. het gehele leven is niets anders dan vormgeworden vragen, die de kiem van het antwoord in zich dragen - en antwoorden die zwanger zijn van vragen.
Alle mensen met een en hetzelfde medicament te genezen is uitsluitend het voorrecht van de doktoren. De vraagsteller krijgt dat antwoord, dat hij nodig heeft: anders zou elk schepsel niet de weg van eigen verlangen gaan.
Gelooft u dan dat onze Joodse geschriften slechts uit willekeur uitsluitend in medeklinkers geschreven zijn? Ieder moet voor zichzelf de geheime klinkers erbij vinden, die hem de slechts voor hem bestemde zin ontsluieren - wil het levende woord niet tot een dood dogma verstarren.

Gustav Meyrink

dinsdag 22 mei 2012

het innerlijke Kind





Heb al heel veel gedeeld over t belang van t Kindstuk in onszelf. Het onbevangen ongeschonden kind dat er altijd is, maar vaak nog zo moelijk bereikbaar en ervaarbaar is.
Bv als je geen kind hebt mogen zijn door omstandigheden. Kan me voorstellen dat vele zich hierin herkennen.
We zeggen wel dat we volwassen worden maar eigenlijk komt er bijna niemand tot volledige wasdom. Eigenlijk blijven we geschonden, gekwetste kinderen met een jasje aan van nu ben ik groot en sterk. Nu weet ik het nu ben ik het. Nu moet ik staande blijven in deze grote wereld en mag geen kind meer zijn. Maar t gekwetste het verwonde, geschonden kind zal hier altijd doorheen stralen, zich uitspreken in alles. Totdat het gezien wordt en geheeld mag worden, het verleden.

Wie kan er gewoon Zijn, gewoon leven, dat het zo goed is, gewoon genieten van dat je leeft. Dat verliezen we, die onbevangenheid die ontvankelijkheid die ruimte voor het totale leven. Dit alles is ingekapseld door zoveel dat er in het verleden niet mocht zijn, waardoor je afgesplitst raakte van je pure kind zijn. Dat er laagjes overheen kwamen en meer en meer de verbinding verloor met puurheid.
En omdat iedereen zo is, omdat we niet anders weten dan dat t zo is gaat het door........ totdat............ het niet meer kan, je niet meer wil.
Dan mag misschien de schreeuw het verdriet gehoord worden van dat geschonden, gekwetste kind in jou. Dan kan de Stem gehoord gaan worden van het ongeschonden pure Alwetende en overstromend met Liefde Kind in jou. Zo mag er heling komen, en je tot ware wasdom komen. Waarlijk volwassen worden waarin het kind zijn er ook mag zijn, kind zijn onder de kinderen. En ook waar nodig krachtig en duidelijk zijn. Dan ben je mens, echt een man een vrouw vrij staand in het Eeuwige Nu.

Kagib

zondag 20 mei 2012

de spiegel uit roman de Golem

Alleen spookachtige dingen hebben een schrikaanjagende uitwerking op de mens. Het leven schuurt en brandt als een haren pij, maar de zonnestralen van de wereld van de Geest brengen mildheid en warmte. Ook een zilveren spiegel zou, als ze gevoel bezat, alleen pijn lijden bij het polijsten. Eenmaal glad en glanzend geworden, weerkaatst ze alle beelden die erop vallen, zonder smart of opwinding. Zalig de mens, die van zichzelf kan zeggen: ik ben gepolijst. 'Op Uwe zaligheid wacht ik, o Heer.'
De mensen gaan geen weg, noch van het leven noch van de dood, zij verstuiven als kaf in de storm. In de Talmoed (Joods geschrift) staat: 'Alvorens God de wereld schiep, hield hij de wezens een spiegel voor; daarin zagen zij de geestelijke smarten van het bestaan en de vreugden die erop volgden. Toen namen sommigen de smarten op zich. De anderen echter weigerden en die schrapte God uit het boek der levenden.' Jij echter gaat een weg en hebt die uit vrije wil betreden, je bent door jezelf geroepen - ook al weet je dat nu zelf niet meer. Wees niet bedroefd: langzamerhand, naarmate het Weten komt, komt ook de herinnering. Weten en herinnering zijn een.

Gustav Meyrink