vrijdag 27 augustus 2010

het klopt 1

Jezus zeide: Die zoekt zal vinden en die klopt hem zal worden opengedaan.

Over het zoeken is reeds geschreven. Het is een grote kunst.
Als men een vindplaats heeft van oud-historische betekenis, dan is het opvallend met welk een grote voorzichtigheid men te werk gaat, opdat door het opgraven niets verloren zal gaan of beschadigd kan worden. Kosten noch moeite worden gespaard om schatten en scherven uit oude tijd bloot te leggen.
Maar wat doet men om in de eigen ziel de kostelijke verborgenheid uit te graven? Welke werkelijke moeite neemt men en welke offers wil men daartoe brengen? Het moet vooral heel goedkoop zijn, en de moeite mag niet te groot worden, want het eten kon eens aanbranden en we hebben wel wat anders te doen! Wat kiest de mens toch eigenlijk! Zijn maag? Zijn voortplanting? Het gespeel met wreedheden en doodslag? Waarnaar zoekt hij? Waarin graaft hij? In een ander? Altijd een ander? En hij gelooft het eenvoudig niet, dat het koninkrijk in hemzelf is.

Het koninklijke beginsel is het enige, wanneer het bij voortduring zijn keuze bepaalt. Het is niet een moraal, het is geen keuze tussen goed en kwaad als tegenstellingen. Het is geen strijd, het dagelijks leven wordt namelijk teruggebracht tot een leidinggevend beginsel, dat als vanzelf werkt zonder opdringerigheid, zonder dat het in het bijzonder opvalt en waardoor alles wat de mens doet een natuurlijke vorm krijgt.
Het is iets dat men zelf is, dat ten grondslag ligt aan ons zelf, het uitgangspunt, de oorsprong, het ware zelf en wij hadden eigenlijk nooit moeten ophouden het lief te hebben. Als onze aandacht daarop innerlijk gericht is, dan wordt ze zuiver gehouden zonder bijmengselen, bijgedachten en nevengevoelens, omdat het onaantastbare dat niet gedoogt.
Het licht ervan is van een uitzonderlijk vermogen. Het doet alle duisternis, die het wil naderen, in zich te niet en het wordt door alle tijden gehuldigd als een groot geheim en een schat, die alleen de moedige mens tenslotte vindt. Het is als met iemand die een grote reis gaat ondernemen en die zich daartoe aanvankelijk niet bekwaam gevoelt. Hij kan nog niet reizen en moet het nog leren. Maar geleidelijk kost het hem al minder en minder moeite en tenslotte is hij een echte reiziger geworden, die zich in alle omstandigheden redden kan, wetend dat hij zijn bestemming zal bereiken, omdat hij deze niet uit het oog verliest.


Barend van der Meer

De uitgesproken woorden:

http://www.megaupload.com/?d=1RPWAUU6
Een reactie posten