woensdag 8 september 2010

de wil Gods afsluiting

In de wil Gods ligt niets dreigends, niets opdringerigs, maar alleen een mateloze liefde en stralend levensbewustzijn. God verheugt zich - bij wijze van spreken - onmetelijk in het geluk, in de kracht en de heerlijkheid van zijn schepselen en de mens begrijpt maar niet hoe hij dit heeft kunnen verspelen en zich begeven heeft in een chaos van machten en krachten, waarover hij krachtens zijn oorsprong heer en meester behoorde te zijn. Hij heeft zich zodanig laten intimideren, en dat gebeurt nog dagelijks, door duizenden vrezen en ellenden, door donkere drijfveren en allerlei noodlottige spelingen en misleidingen, dat hij zich het land zijner afkomst helemaal niet herinnert, ofschoon er tal van mythen zijn waarin de kenmerken voor het grijpen liggen.

En toch is er maar één weg. Dat ieder mens in zich tot onderscheid komt, dat is: tot bewustzijn van de toestand waarin hij zich bevindt. Niet de toestand die door uiterlijke omstandigheden wordt gesuggereerd, maar ook en vooral die welke bepaald wordt door zijn innerlijk leven. Dan weet hij zich in welke omstandigheden dan ook objectief en onbeïnvloedbaar te gedragen, en wel krachtens de staat van de geest, waarin de eigen zelfstandigheid tot zijn recht komt. Dit kan geschieden in de meest benarde situaties, waarin ooit een mens zich mag bevinden.

Het kan zelfs geschieden - juist vooral - in het aangezicht van de dood, omdat in de wil tot het innerlijk rijk en de individuele geloofsvorm, die daaruit ontstaat, hel en dood geen macht meer hebben. Wij zijn zo gewend iets alleen maar aanwezig te achten, als wij kunnen zien en tasten, enz. Toch is er alleen maar de innerlijke ervaring, die nodig is om ons te doen beseffen, dat er een veel diepere waarneming is, een bevestiging van de aanwezigheid van licht en kracht, geheel onafhankelijk van de uiterlijke zinnen.
Zonder twijfel is in de uiterlijke zinnen een voortzetting mogelijk van het innerlijke leven. Dit begeleidt ons zien en ons horen, waardoor werkelijk een nieuw zien en een nieuw horen zich kenbaar maakt. 'Zij hebben ogen en zien niet, zij hebben oren en horen niet.' En eigenlijk is dit alles zo onzegbaar eenvoudig, al heeft de mens, om tot die ervaring te komen, het stille maar onweerstaanbare besluit op zich te nemen zich in zijn geest te ontdoen van alle geweld en alle bedreigingen, die voortkomen uit de dagelijkse hem tegemoet komende situaties. Het is een uitermate grote wilstraining, die het hanteren van de innigste en gevoeligste lichtkracht met zich mede brengt. Hier haakt het willen aan de liefde Gods.

De wil des Vaders is die geest van leiding waarbij het te allen tijde aan de zoekende wordt overgelaten of hij de subtiele richtlijnen, die zich in hem kenbaar maken, wil volgen of niet. Hij heeft geheel de vrijheid hieraan aandacht te schenken of ze te negeren. De godheid laat ons deelnemen aan zijn kracht en grootheid, maar zal nooit en te nimmer een bepaalde gedragslijn aan ons opdringen of met geboden en regels aankomen waarachter zich dan enige vreesaanjaging of zelfs dreiging zou verbergen. Dit heeft niets van doen met de Wil Gods.

Barend van der Meer


De uitgesproken woorden

Een reactie posten