Posts

de Zee

Afbeelding
Als we Verbinding hebben met de Zee binnenin, met de Eeuwige Golfslag daarin. De Eeuwige Stroming gedragen van binnenuit. Dan zijn we daarin een met elkaar, dan is er harmonie en verbondenheid. Want ja, dan wordt je ook meegenomen door de golfslag van de Liefde. Je voelt je hierdoor van binnenuit gedragen. Elk moment weer is er een mogelijkheid hier verbinding mee te maken. Maar vaak scheiden we ons af. Dit voelen we, al willen we dit vaak niet weten. Dan voelen we ons geïsoleerd, en proberen dit op alle mogelijke manieren te compenseren met allerlei activiteiten of invullingen van ons denken. Dan wordt het leven meer een worstelen, een symbolisch vechten tegen die zee. Tegen onszelf omdat de vervulling van binnenuit ontbreekt. Omdat de verbinding met de Zee verloren is geraakt. Maar de Zee is er altijd. Het Zijn is er altijd, de Eenheid is er altijd, de Liefde is er altijd. Alleen wijzelf maken ons steeds weer hier uit los. Het Leven begon in de Zee, een met de Zee, het Zijn, de Bron,...

vol-ledig

Leegte en ruimte.... Alles wat jij leeggemaakt hebt, kan je vervullen met eindeloze ruimte. Dit kan vervuld worden door de Liefde. Dan is alles leeg, en toch alles vol, vol-ledig.Overal waar jij nog bent, wat jij nog wil vasthouden, houdt deze vervulling tegen. Daardoor zul je tussen door een gevoel van leegte ervaren, wat je dan met allerlei andere dingen probeert op te vullen. Maar het zal nooit vervullen. Dit is eigenlijk de eenvoud van het leven. Overal waar wij nog zijn, krampachtig aan vast willen houden, meestal is dit met van alles buiten onszelf, houdt de waarlijke vervulling tegen. De vervulling door het Andere, de Liefde, dat wat is, was en altijd zal Zijn. Alles wat we nog moeten verdedigen, alles waar we afhankelijk van zijn. Alles wat ons nog moet opvullen, beperkt de ruimte van de ware vervulling. De innerlijke ruimte voor het totale leven kan oneindig zijn. Het draait erom die ruimte te scheppen, in onszelf. Alles op laten lossen in deze ruimte, in deze vervulling. En a...

de Grote Vis afsluiting

Ieder mens gelooft dat hij een ziel heeft en met recht. Maar waarom wordt het daarbij gelaten. Waarom wordt zelfs gezegd: God heeft mij maar een klein zieltje gegeven, het is nu eenmaal zo. Maar uw eigen ziel, het eigene in u, uw eigen innerlijke structuur, hoe die ook nog in u te slapen ligt, is ingebed in het grote leven. Waar de kleine vissen zijn, let maar goed op, de grote zal zich laten merken. Houd uw aandacht gericht op de grote. De hele dag, ieder ogenblik. Alsof ge zonder onderbreking uitziet naar het allerliefste. Ik bedoel hiermede natuurlijk niet een roes of een zinnelijke dronkenschap maar iets heel nuchters en waakzaams. Het zal u niet verhinderen u met de dagelijkse dingen te bemoeien. Het zal u niet remmen tegenover de kleine dingen van de dag die er toch ook zijn en die ge zonder hartzeer moet kunnen laten gaan, wanneer het grote komt. O mijn hemel, wàt nu is belangrijk voor de mensen? Voor de vele mensen? Een voetbalwedstrijd.... en intussen sterft een kindje in de r...

de Grote Vis 2

Alle kleine dingen die wij gewend waren zo groot te zien en waaraan we ons zo vastgrepen, waren weggevallen. Als wij voor het aangezicht van de dood staan van een geliefd mens, wat zullen wij dan doen? Waar hadden we gisteren ook alweer over gekibbeld? Welke meningsverschillen hadden zich ook weer voorgedaan? Hoe verontwaardigd waren we geweest of hoe in onze verwachtingen teleurgesteld? Of welk een hoop verrees in ons en wat zouden we doen als hij of zij weer beter werd? O wat zouden we nog veel doen en het heel anders doen. En wat zou ik hem of haar nog zeggen en het heel anders willen. En nu is de dood gekomen en heeft ons tot zwijgen gebracht. Staan wij dan beschaamd of schuldig? Denken we: 'Wat had het toch allemaal voor zin, die kleine dingen waarmede we elkander vervolgden of die we van elkander trachten weg te kapen, of waarop we hoopten'. De dood maakt aan dat alles een einde. Ach, wees de dood voor. Voorkom hem door het eeuwige leven te leren kennen. Het grote leven ...

de Grote Vis 1

En hij zeide: De Mens is gelijk een wijze visser, die zijn net wierp in zee, hij trok het op uit de zee vol kleine vissen; onder hen vond hij en grote, goede vis, die wijze visser, hij wierp alle kleine vissen weg in zee, hij koos de grote vis zonder hartzeer. Die oren heeft om te horen, die hore. De wijze mens kiest. De ene, de grote vis. Hij werpt alle andere, de kleine, weg. Hij had zijn net vol kleine vissen en zonder hartzeer werpt hij ze weg. Wie kiest u, wat kiest u? De grote ziel, de maha atma? Het grote leven of het kleine? O die kleine vissen. Het leven loopt er van over. Kleine vissen waarvan we beweren dat we ze niet kunnen en niet willen missen. Waarvan we zeggen dat we zonder die kleine gevallen niet leven kunnen. Kleine vissen waarover we tekeer gaan alsof het hele grote waren. Kleine vissen die we zelf opblazen tot monsterachtige afmetingen, die dan later blijken in het aangezicht van de laatste dingen, spoken te zijn. O, zie uit naar de grote en zie zonder hartzeer van...

praten

Praten, we doen t dagelijks, en er zijn er heeeel veel die niet op kunnen houden. Dat van het praten bijna hun leven afhangt, hun bestaansrecht geeft. Want ja, wat blijft er van ons over als we gewoon stil zijn. We moeten toch altijd iets te zeggen hebben? In dit stil zijn wordt juist hoorbaar de vele stemmetjes die in onszelf onophoudelijk spreken, en dit nog vaker door en tegen elkaar in en op. Hoe daarin nog rust en vrede te vinden....Maar wat zeggen we nu eigenlijk, wat hebben we werkelijk te zeggen? En hoe vaak wordt er werkelijk geluisterd naar de ander, open en onbevangen? De echte luisteraars zijn toch zwaar in de minderheid. Ze zitten zelfs daarin nog vaak vast in een rol, waarin men niet de rol van de spreker op zich durft te nemen. Dus ja, wie niet kan zwijgen kan, kan niet spreken.... Vaak is het praten toch dwangmatig, kunnen we gewoon niet stoppen, is het een vlucht. We weten dit misschien niet meer omdat het een automatisme een vanzelfsprekendheid in de 'negatieve...

de leeuw afsluiting

... 'en vervloekt is de mens, dien de leeuw zal eten en de leeuw zal mens worden'. Het is Papini geweest die uitgeroepen heeft: 'De duivel is onze tegenstander en grootste vijand. Wij moeten hem liefhebben zoals Jezus ons geleerd heeft.' Heb de duivel lief, hij is een arme liefdeloze schlemiel. Als het dan maar met die alverterende liefde is. Want de liefde is als een vuur dat zelfs de duivel verteert. Indien iemand ons dwingt een mijl te gaan, ga er twee en de derde helemaal uit eigen beweging. Loop tot de dwingeland erbij neervalt. Maar er zijn van die dwingelanden die je toch heel wat af kunnen laten marcheren. Je kunt ze altijd kennen, want ze hebben geen geduld. De tegenstander zit overal in. In angsten, in verdriet, in zorgen, in rusteloosheid. En geloof mij, voor u zit hij in u zelf een voor mij in mij zelf. Het is altijd een verleiding om de duivel op een ander te projecteren, want wij zijn de dupe van onze dwingelandijen, van onze hebberigheid, van onze angst, ...